PREPOSITIONS (VOORZETSELS)


Bekijk hieronder tot op welk niveau je de uitleg zou moeten bekijken...

Als je op begin brugklas niveau zit: bekijk t/m A1
Als je op 1HM niveau zit: bekijk t/m A1+
Als je op 2M of 1AH niveau zit: bekijk t/m A2
Als je op 2HM niveau zit: bekijk t/m A2+
Als je op 2AH, 3M, 3H of 4M niveau zit: bekijk t/m B1
Als je op 3A niveau zit: bekijk t/m B1+
Als je op 4H, 4A of 5H niveau zit: bekijk t/m B2
Als je op 5A niveau zit: bekijk t/m B2+
Als je op 6A niveau zit: bekijk t/m C1
Als je ook boven 6A niveau wilt zien: bekijk t/m C2

LINKS

Ga naar alle verschillende soorten oefeningen over dit grammatica-onderwerp

A1


A1

A1+


Voorzetsels van Plaats

De belangrijkste voorzetsels in eenvoudige zinnen zijn de voorzetsels van plaats.

on* / on top of op
under / below / beneath onder
above boven
near / close to dichtbij
behind / in back of achter
in front of vóór
next to / by / beside naast
in in
around rond
between tussen
inside binnen
with samen met
outside buiten
among te midden van

* = alleen letterlijk 'bovenop', dus niet 'on school' (Engelsen gebruiken 'at school' omdat 'on school' 'bovenop school' betekent)

 

Voorzetsels van Tijd

Er zijn ook een aantal basis-voorzetsels van tijd: Dit zijn in (voor gedeelten van de dag, maanden, jaren en seizoenen), on (voor dagen en data) en at (voor tijden, night en the weekend).

I'll meet you in the morning
My birthday is in November
Beethoven was born in 1770
We usually go on a camping trip in summer
I'll see you back at work on Monday
The teacher was born on 3 November
The family eats at six o'clock
Hamsters wake up at night
We sometimes go to my parents at the weekend

A2


A2

A2+


A2+

B1


Voorzetsels van Richting

Behalve voorzetsels van plaats en tijd zijn er ook voorzetsels van Richting (prepositions of movement).

up
down
over
to
away from
past
into
out of
around
onto
off
across
through
along

B1+


Meer Voorzetsels van Tijd

Er zijn nog wat meer voorzetsels van tijd behalve de bij A1+ genoemde in, at en on.

since vanaf een bepaald moment in het verleden tot nu
for een bepaalde hoeveelheid tijd in het verleden tot nu
ago een bepaald moment in het verleden
before eerder dan een bepaald moment
to bij klokkijken - vóór
past bij klokkijken - ná
from / to om het begin en einde van een periode aan te geven
till / until om aan te geven tot hoe lang iets duurt
by op het laatst / tegen die tijd
during gedurende
within binnen / niet meer dan
They had been married since 2001
Romeo had been in love for a few days when they died
She met her husband 2 years ago
The detective had solved the murder before it was discovered
It's a quarter to twelve
It's half past one
Working days are from Monday to Friday
I will be sleeping until tomorrow morning
John will be back in the office by Monday
By 11 o'clock I had arrived at work
They were listening to music during the solar eclipse so they missed it
I would like a response within 14 days

Veel Gemaakte Fouten

Fouten bij het gebruik van voorzetsels gebeuren vaak wanneer Engelsen geen voorzetsel gebruiken en wij wel, wij geen voorzetsel gebruiken en de Engelsen wel, en wanneer we moeten kiezen welk voorzetsel te gebruiken. Hieronder volgen een aantal vaak door Nederlands fout gebruikte voorzetsels in zinnen, gevolgd door de correcte zin.

I live by my parents - I live with/at my parents
I am good in English - I am good at English
I am experienced with working at the computer - I am experienced at working at the computer
Have you ever been in London? - Have you ever been to London?
He agreed with my ideas - He agreed to my ideas
I bought the smartphone with 42 euros - I bought the smartphone for 42 euros
Pete usually goes to work with the car - Pete usually goes to work by bus
The sun rises from the East - The sun rises in the East
Remi needed to go to home - Remi needed to go (nothing!) home
He is afraid from/for dogs - He is afraid of dogs
I work by a company - I work at a company
Romeo often thought on Julia - Romeo often thought of Julia
He'll meet us with Christmas - He'll meet us at Christmas
David was married with Victoria - David was married to Victoria
I saw Mick Jagger on the picture - I saw Mick Jagger in the picture
She'll meet her over two days - She'll meet her in two days
Jack and Jill stood before the shop - Jack and Jill stood in front of the shop
Rob is fluent with German - Rob is fluent in German

B2


In Time vs On Time

In time betekent vroeg genoeg, on time betekent op de afgesproken tijd.

John was in time for the departure of his flight, so he could even buy something in the tax free shop
John was on time for the departure of his flight, so he could join the boarding procedure at the gate right away

B2+


B2+

C1


C1

C2


C2

20-12-2020 - 30-01-2021