PRESENT CONTINUOUS (DUURVORM IN DE TEGENWOORDIGE TIJD)


Bekijk hieronder tot op welk niveau je de uitleg zou moeten bekijken...

Als je op begin brugklas niveau zit: bekijk t/m A1
Als je op 1HM niveau zit: bekijk t/m A1+
Als je op 2M of 1AH niveau zit: bekijk t/m A2
Als je op 2HM niveau zit: bekijk t/m A2+
Als je op 2AH, 3M, 3H of 4M niveau zit: bekijk t/m B1
Als je op 3A niveau zit: bekijk t/m B1+
Als je op 4H, 4A of 5H niveau zit: bekijk t/m B2
Als je op 5A niveau zit: bekijk t/m B2+
Als je op 6A niveau zit: bekijk t/m C1
Als je ook boven 6A niveau wilt zien: bekijk t/m C2

LINKS

Ga naar alle verschillende soorten oefeningen over dit grammatica-onderwerp

Bekijk ook Present Simple - want die wordt vaak met de Present Continuous verward
Bekijk ook Het Werkwoord 'Zijn' - want dat heb je nodig om de Present Continuous te maken
Ga eventueel naar alle tijden - voor als je alle tijden wilt bekijken
Klik hier voor informatie over vraagzinnen of ontkennende zinnen in deze tijd

A1


A1

A1+


Ten eerste is het belangrijk om te weten dat de naam van een werkwoordstijd in principe niets te maken heeft met wanneer de actie plaatsvindt, maar vertelt hoe de werkwoordsvorm gemaakt moet worden. In dit geval: "Present" dus de tegenwoordige tijdsvorm van een werkwoord + "Continuous" en dat is een vorm van stam + ing. Voor de tegenwoordige tijd wordt hier altijd is (bij hij, zij of het), am (bij I) of are (bij de rest) gebruikt. Je mag de versie van het werkwoord to be ook samentrekken.

ik ben aan het lopen I am walking I'm walking
jij bent aan het lopen you are walking you're walking
hij is aan het lopen he is walking he's walking
zij is aan het lopen she is walking she's walking
het is aan het lopen it is walking it's walking
wij zijn aan het lopen we are walking we're walking
jullie zijn aan het lopen you are walking you're walking
zij zijn aan het lopen they are walking they're walking
John is reading a book
Suzy is running the marathon
We are sitting in the sun
I am taking a deep breath

Wanneer een werkwoord eindigt op één of meer medeklinkers en een zogenaamd 'stomme' e (die je niet uitspreekt), laat je die e weg.
come - coming
save - saving
make - making

Wanneer een werkwoord met de nadruk op de laatste lettergreep (of een werkwoord van één lettergreep) eindigt op een klinker en een medeklinker, moet je de medeklinker verdubbelen (behalve als die medeklinker een w, x of y is).
put - putting
chat - chatting
shop - shopping
prefer - preferring
submit - submitting
vomit - vomiting (geen verdubbeling van de t omdat de klemtoon op de eerste lettergreep ligt)

Wanneer een werkwoord eindigt op één klinker en een l wordt die verdubbeld.
travel - travelling
sail - sailing (geen verdubbeling want twee klinkers voor die laatste l)

Wanneer een werkwoord eindigt op ie moet je die ie eerst in een y veranderen.
die - dying
tie - tying
untie - untying
lie - lying (dit kan zowel liggen and liegen betekenen)

Je gebruikt de Present Continuous als iets NU bezig is. In het Nederlands is dat min of meer te doen via "aan het".
Sommige grammatica naslagwerken gebruiken het woord progressive i.p.v. continuous. De ing-vorm van een werkwoord heet trouwens het tegenwoordig deelwoord, mocht je dat willen weten :-)

A2


A2

A2+


A2+

B1


Signaalwoorden voor de Present Continuous

De aanwezigheid van een aantal zogenaamde signaalwoorden geven vaak aan dat je de Present Continuous hoort te gebruiken. Dit zijn (right) now, at the moment, today, this week/month/year en currently. Maar ook ssh!, look! of listen! kunnen aangeven dat iets NU gebeurt.
Je gebruikt GEEN Present Continuous bij werkwoorden die een toestand of geestesgesteldheid weergeven: believe, hate, know, like, love, mean, need, prefer, remember, see (=een mening hebben), think (=een mening hebben), understand en want.

I am wanting a new phone
McDonald's - I am loving it!
Romeo is loving Juliet

B1+


Je gebruikt de Present Continuous soms ook wanneer er niet alleen sprake van is dat het NU gebeurt. Je gebruikt het ook bij acties die vaak gebeuren, of de spreker irriteren.

My brother is always shouting
The student are never making their homework
I hate the North Pole. It's always freezing!

De volgende werkwoorden gebruiken doorgaans ook geen Present Continuous (bovenop de al bij B1 genoemde): werkwoorden van zintuiglijke waarneming (look, seem, sound, hear, smell, fear, appear) evenals werkwoorden die eigenaarschap aangeven (have, own, belong).

B2


B2

B2+



Program en format krijgen medeklinker-verdubbeling alhoewel ze geen nadruk op de laatste lettergreep hebben (wat bij A1+ werd gezegd).
format - formatting
program - programming

Wanneer een werkwoord eindigt op een c krijgt je daar een extra k na.
panic - panicking
picnic - picnicking
mimic - mimicking

Soms zie je versies van werkwoorden die eindigen op een 'stomme' e waar die niet verdwijnt of wel verdwijnt, zoals bij age - ageing/aging (=ouder worden). Over het algemeen geldt hier dat de eerste spelling (ageing) de Britse is, de laatste (aging) de Amerikaanse/Canadese.

C1


C1

C2


C2

 

05-12-2020 (Sinterklaas!) - 09-02-2021