GRAMMATICA OEFENEN

MATCH PANEL (VOOR DOCENTEN)

Kies uit de beschikbare onderwerpen. Per docent kan één match tegelijk worden gedaan.
Als je een bestaande match bent vergeten af te sluiten, start dan een willekeurige nieuwe en stop die daarna.

 

ONDERWERPMANIER VAN OEFENENBESCHIKBAAR VANAF NIVEAU
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)De juiste kiezen en makenA1+ (42 oefeningen)
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)Geef aan over welk woord het bijvoeglijk naamwoord of bijwoord iets zegtA1+ (33 oefeningen)
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)De juiste kiezenA1+ (39 oefeningen)
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)De juiste kiezen en makenB1 (67 oefeningen)
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)De juiste kiezenB1 (54 oefeningen)
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)De juiste kiezen en makenB2 (82 oefeningen)
Animals (Dieren)Typ de naam voor een mannelijk, vrouwelijk of jong dierA2+ (233 oefeningen)
Animals (Dieren)Typ de naam voor een mannelijk, vrouwelijk of jong dierB2 (233 oefeningen)
Articles (Lidwoorden)Kies het juiste lidwoord (a/an)A1 (72 oefeningen)
Articles (Lidwoorden)Kies of er wel of geen lidwoord in de zin hoort (-/the)B2 (20 oefeningen)
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul het juiste hulpwerkwoord in, gebaseerd op het Nederlandse woord in de opdrachtA1+ (13 oefeningen)
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul het juiste hulpwerkwoord in, gebaseerd op het Nederlandse woord in de opdrachtA2 (18 oefeningen)
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul de juiste vorm van de hulpwerkwoorden kunnen/mogen/moeten uitA2+ (14 oefeningen)
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul het juiste hulpwerkwoord in, gebaseerd op het Nederlandse woord in de opdrachtB1 (24 oefeningen)
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul het juiste hulpwerkwoord in, gebaseerd op het Nederlandse woord in de opdrachtB1+ (41 oefeningen)
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Bedenk een passend hulpwerkwoordB2 (10 oefeningen)
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Kies het juiste hulpwerkwoordB2 (10 oefeningen)
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul het juiste hulpwerkwoord in, gebaseerd op het Nederlandse woord in de opdrachtB2 (48 oefeningen)
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul het juiste hulpwerkwoord in, gebaseerd op het Nederlandse woord in de opdrachtB2+ (56 oefeningen)
C vs S (C en S)Kies de juist gespelde variant van het woordB2+ (37 oefeningen)
Cardinal Numbers (Hoofdtelwoorden)Typ het Engelse getal (in letters) van het gegeven cijferA1 (36 oefeningen)
Comparisons (Trappen van Vergelijking)Vul de juiste vorm van een trap van vergelijking in, passend in de contextA1+ (30 oefeningen)
Comparisons (Trappen van Vergelijking)De vergrotende en overtreffende trap van de gegeven vorm makenA1+ (51 oefeningen)
Comparisons (Trappen van Vergelijking)De vergrotende en overtreffende trap van de gegeven vorm makenA2+ (76 oefeningen)
Comparisons (Trappen van Vergelijking)Vul de juiste vorm van een trap van vergelijking in, passend in de contextA2+ (54 oefeningen)
Comparisons (Trappen van Vergelijking)Vul de juiste vorm van een trap van vergelijking in, passend in de contextB1 (61 oefeningen)
Comparisons (Trappen van Vergelijking)Vul de juiste vorm van een trap van vergelijking in, passend in de contextB2 (72 oefeningen)
Conditional Sentences (Voorwaardelijke Zinnen)Maak de zin af met het aangegeven type voorwaardelijke bijzinA2+ (32 oefeningen)
Conditional Sentences (Voorwaardelijke Zinnen)Maak de zin af met het aangegeven type voorwaardelijke bijzinB1 (63 oefeningen)
Conditional Sentences (Voorwaardelijke Zinnen)Maak de zin af met het aangegeven type voorwaardelijke bijzinB1+ (80 oefeningen)
Conditional Sentences (Voorwaardelijke Zinnen)Maak de zin af met het aangegeven type voorwaardelijke bijzinB2 (88 oefeningen)
Confusing Words (Verwarrende Woorden)Kies het juiste woordA1+ (86 oefeningen)
Confusing Words (Verwarrende Woorden)Kies het juiste woordA2 (171 oefeningen)
Confusing Words (Verwarrende Woorden)Kies het juiste woordB1 (221 oefeningen)
Confusing Words (Verwarrende Woorden)Kies het juiste woordB1+ (263 oefeningen)
Confusing Words (Verwarrende Woorden)Kies het juiste woordB2 (347 oefeningen)
Countries and Nationalities (Landen en Nationaliteiten)Typ de naam voor iemand of iets uit een bepaald land/stadB1+ (108 oefeningen)
Days of the Week (Dagen van de Week)Geef de juiste dag van de weekA1 (18 oefeningen)
Demonstrative Pronouns (Aanwijzend Voornaamwoorden)Typ het juiste aanwijzend voornaamwoordA1+ (21 oefeningen)
ei vs ie (ei en ie)Kies de juiste spelling van het woordB1+ (40 oefeningen)
Future (Toekomende Tijd)Maak de juiste Toekomende Tijd met "Going to"A1+ (15 oefeningen)
Future (Toekomende Tijd)Vul de juiste vorm van de toekomende tijd inA2 (23 oefeningen)
Future (Toekomende Tijd)Vul de juiste vorm van de toekomende tijd inB1 (35 oefeningen)
Future (Toekomende Tijd)Vul de juiste vorm van de toekomende tijd inB1+ (26 oefeningen)
Future (Toekomende Tijd)Kies de juiste versieB1+ (20 oefeningen)
Future (Toekomende Tijd)Benoem het woord of de woorden die de toekomst aangevenB1+ (16 oefeningen)
Irregular Verbs (Onregelmatige Werkwoorden)De drie Engelse vormen gevenA1+ (116 oefeningen)
Irregular Verbs (Onregelmatige Werkwoorden)De missende andere tijden en Nederlandse vertaling invullenA2+ (347 oefeningen)
Irregular Verbs (Onregelmatige Werkwoorden)Verleden en Voltooide Tijd (hardcore versie met 366 onregelmatige werkwoorden, zo'n 250 meer dan je voor school hoeft te kennen)B2+ (366 oefeningen)
Negative Sentences (Ontkennende zinnen)Maak een ontkennende zin van een bevestigende zin in de onvoltooid verleden tijdA1+ (20 oefeningen)
Negative Sentences (Ontkennende zinnen)Maak een ontkennende zin van een bevestigende zin in de onvoltooid tegenwoordige tijdA1+ (26 oefeningen)
Negative Sentences (Ontkennende zinnen)Maak een ontkennende zin van een bevestigende zin in de voltooid tegenwoordige tijdA2 (22 oefeningen)
Negative Sentences (Ontkennende zinnen)Maak een ontkennende zin van een bevestigende zin in de voltooid verleden tijdB1 (23 oefeningen)
Negative Sentences (Ontkennende zinnen)Maak een ontkennende zin van een bevestigende zinB2 (69 oefeningen)
Negative Sentences with To Be (Ontkenningen met het Werkwoord Zijn)Vul de juiste ontkenning in, gebruik makend van het werkwoord "zijn"A1+ (21 oefeningen)
Nouns of Assemblage (Verzamelwoorden)Typ het juiste verzamelwoordB2 (43 oefeningen)
Nouns of Assemblage (Verzamelwoorden)Typ het juiste verzamelwoordC2 (75 oefeningen)
Of vs Off (Of en Off)Typ de juiste keuze ("of" of "off") gebaseerd op de zinB1 (35 oefeningen)
Ordinal Numbers (Rangtelwoorden)Geef het juiste rangtelwoord behorende bij het getalA2 (33 oefeningen)
Passive (Lijdende Vorm)Passive herkennenA2 (42 oefeningen)
Passive (Lijdende Vorm)Passive naar ActiveB1 (25 oefeningen)
Passive (Lijdende Vorm)Active naar PassiveB1 (48 oefeningen)
Passive (Lijdende Vorm)Active naar PassiveC2 (1 oefeningen)
Past Continuous (Duurvorm in the Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Duurvorm in de Verleden Tijd inA2 (23 oefeningen)
Past Continuous (Duurvorm in the Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Duurvorm in de Verleden Tijd in, of "-" indien die werkwoordstijd hier niet magB1 (20 oefeningen)
Past Perfect (Voltooid Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Voltooid Verleden Tijd inB1 (13 oefeningen)
Past Perfect (Voltooid Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Voltooid Verleden Tijd in, of "-" indien die werkwoordstijd hier niet magB2 (19 oefeningen)
Past Simple (Onvoltooid Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Onvoltooid Verleden Tijd inA1+ (18 oefeningen)
Past Simple (Onvoltooid Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Onvoltooid Verleden Tijd inA2 (21 oefeningen)
Past Simple (Onvoltooid Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Onvoltooid Verleden Tijd inB2+ (25 oefeningen)
Phrasal Verbs (Combinatiewerkwoorden)Typ het juiste voorzetsel bij het combinatiewerkwoordA2 (27 oefeningen)
Phrasal Verbs (Combinatiewerkwoorden)Typ het juiste voorzetsel bij het combinatiewerkwoordB1 (61 oefeningen)
Phrasal Verbs (Combinatiewerkwoorden)Typ het juiste voorzetsel bij het combinatiewerkwoordB1+ (42 oefeningen)
Phrasal Verbs (Combinatiewerkwoorden)Typ het juiste voorzetsel bij het combinatiewerkwoordB2+ (45 oefeningen)
Phrasal Verbs (Combinatiewerkwoorden)Typ het juiste voorzetsel bij het combinatiewerkwoordC1 (48 oefeningen)
Phrasal Verbs (Combinatiewerkwoorden)Typ het juiste voorzetsel bij het combinatiewerkwoord wat best bij de beschrijving (hardcore versie met 1853 combinatiewerkwoorden!)C2 (1853 oefeningen)
Plurals (Meervouden)Maak het juiste meervoud van het enkelvoudA1+ (35 oefeningen)
Plurals (Meervouden)Maak het juiste meervoud van het enkelvoudA2 (74 oefeningen)
Plurals (Meervouden)Maak het juiste meervoud van het enkelvoudB1 (82 oefeningen)
Plurals (Meervouden)Maak het juiste meervoud van het enkelvoudB2 (129 oefeningen)
Plurals (Meervouden)Maak het juiste meervoud van het enkelvoud (hardcore versie, met meer dan je nodig hebt voor school!)C2 (174 oefeningen)
Possessive Pronouns (Bezittelijk Voornaamwoorden)Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord inA1+ (31 oefeningen)
Possessive Pronouns (Bezittelijk Voornaamwoorden)Geef op de juiste wijze bezit aanA2+ (48 oefeningen)
Possessive Pronouns (Bezittelijk Voornaamwoorden)Geef op de juiste wijze bezit aanB1 (69 oefeningen)
Prepositions (Voorzetsels)Vul het juiste voorzetsel in de zin inA1+ (9 oefeningen)
Prepositions (Voorzetsels)Vertaal het voorzetsel van Nederlands naar EngelsA1+ (15 oefeningen)
Prepositions (Voorzetsels)Typ het juiste voorzetsel van richting bij de afbeeldingB1 (14 oefeningen)
Prepositions (Voorzetsels)Vertaal het voorzetsel van Nederlands naar EngelsB1+ (10 oefeningen)
Prepositions (Voorzetsels)Vul het juiste voorzetsel in de zin inB1+ (38 oefeningen)
Present Continuous (Duurvorm in de Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van het gegeven werkwoord in, in de duurvorm in de tegenwoordige tijdA1+ (34 oefeningen)
Present Continuous (Duurvorm in de Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de duurvorm in de tegenwoordige tijd in, of "-" indien die werkwoordstijd hier niet magB1 (55 oefeningen)
Present Continuous (Duurvorm in de Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de duurvorm in de tegenwoordige tijd in, of "-" indien die werkwoordstijd hier niet magB1+ (67 oefeningen)
Present Continuous (Duurvorm in de Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van het gegeven werkwoord in, in de duurvorm in de tegenwoordige tijdB2+ (40 oefeningen)
Present Perfect (Voltooid Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de Voltooid Tegenwoordig Tijd inA1+ (14 oefeningen)
Present Perfect (Voltooid Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de Voltooid Tegenwoordige Tijd in, of "-" indien die werkwoordstijd hier niet magA2 (24 oefeningen)
Present Perfect (Voltooid Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de Voltooid Tegenwoordig Tijd inB1 (21 oefeningen)
Present Simple (Onvoltooid Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van het gegeven werkwoord in, in de onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)A1+ (42 oefeningen)
Present Simple (Onvoltooid Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de Onvoltooid Tegenwoordige Tijd in, of "-" indien die werkwoordstijd hier niet magB1 (61 oefeningen)
Present Simple (Onvoltooid Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van het gegeven werkwoord in, in de onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)B2+ (48 oefeningen)
Present Simple, Past Simple, Present Perfect (OTT,OVT,VTT)Maak de juisteB2 (15 oefeningen)
Present Simple, Past Simple, Present Perfect (OTT,OVT,VTT)Kies de juisteB2 (17 oefeningen)
Proverbs (Gezegden)Passen gezegden en betekenis bij elkaar?B2+ (156 oefeningen)
Proverbs (Gezegden)Passen gezegden en betekenis bij elkaar?C1 (1176 oefeningen)
Quantifiers (Woorden die Hoeveelheden Aangeven)Vul de juiste quantifier in (weinig keuze)A1+ (19 oefeningen)
Quantifiers (Woorden die Hoeveelheden Aangeven)Vul de juiste quantifier in (middelmatig veel keuze)B1 (28 oefeningen)
Quantifiers (Woorden die Hoeveelheden Aangeven)Vul de juiste quantifier in (middelmatig veel keuze)B1+ (45 oefeningen)
Quantifiers (Woorden die Hoeveelheden Aangeven)Vul de juiste quantifier in (veel keuze)B2+ (48 oefeningen)
Quantity Nouns (Zelfstandig Naamwoorden die Hoeveelheid Aangeven)Bij welk woord kan door dit zelfstandig naamwoord een hoeveelheid worden aangegeven?B1 (82 oefeningen)
Quantity Nouns (Zelfstandig Naamwoorden die Hoeveelheid Aangeven)Welk zelfstandig naamwoord kan bij dit woord een hoeveelheid aangeven?B1 (150 oefeningen)
Question Sentences (Vraagzinnen)Maak een vraagzin van een bevestigende zin in de onvoltooid tegenwoordige tijdA1+ (26 oefeningen)
Question Sentences (Vraagzinnen)Maak een vraagzin van een bevestigende zin in de onvoltooid verleden tijdA1+ (20 oefeningen)
Question Sentences (Vraagzinnen)Maak een vraagzin van een bevestigende zin in de voltooid tegenwoordige tijdA2 (22 oefeningen)
Question Sentences (Vraagzinnen)Maak een vraagzin van een bevestigende zin in de voltooid verleden tijdB1 (22 oefeningen)
Question Sentences (Vraagzinnen)Maak een vraagzin van een bevestigende zinB2 (99 oefeningen)
Question Tags (Aangeplakte Vragen)Maak een juiste question tag horend bij de zinA2+ (12 oefeningen)
Question Tags (Aangeplakte Vragen)Maak een juiste question tag horend bij de zinB1 (47 oefeningen)
Questions with To Be and Have Got (Vragen met Hebben en Zijn)Maak de juiste vragende zin op basis van de gegeven zinA1+ (14 oefeningen)
Reading the Clock (Klokkijken)Typ de juiste tijd in bij de klokA1 (50 oefeningen)
Reflexive Pronouns (Wederkerende Voornaamwoorden)De juiste vorm van het Wederkerend Voornaamwoord invullenB1 (62 oefeningen)
Relative Clauses (Betrekkelijke Bijzinnen)Typ *alle* betrekkelijke voornaamwoorden die kunnen (weinig keuze)A2+ (21 oefeningen)
Relative Clauses (Betrekkelijke Bijzinnen)Typ *alle* betrekkelijke voornaamwoorden die kunnen (middelmatig veel keuze)B1 (41 oefeningen)
Relative Clauses (Betrekkelijke Bijzinnen)Typ *alle* betrekkelijke voornaamwoorden die kunnen (middelmatig veel keuze)B1+ (50 oefeningen)
Relative Clauses (Betrekkelijke Bijzinnen)Typ *alle* betrekkelijke voornaamwoorden die kunnen (veel keuze)B2+ (63 oefeningen)
Reported Speech (Indirecte Rede)Direct naar IndirectB1 (24 oefeningen)
Subject vs Object Pronouns (Persoonlijk Voornaamwoorden)De juiste invullenA1+ (10 oefeningen)
Than vs Then (Than en Then)Kies "than" of "then"B1 (31 oefeningen)
To be (Werkwoord Zijn in de Tegenwoordige en Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van het werkwoord "zijn" in (niet samentrekken)A1+ (11 oefeningen)
To be (Werkwoord Zijn in de Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van het werkwoord "zijn" in (niet samentrekken)A1+ (12 oefeningen)
To have (Werkwoord Hebben in de Tegenwoordige en Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van het werkwoord "hebben" in (niet samentrekken)A1+ (12 oefeningen)
To have (Werkwoord Hebben in de Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van het werkwoord "hebben" in (niet samentrekken)A1+ (12 oefeningen)
To vs Too (To en Too)Kies "to" of "too" en typ het juiste antwoord inB1 (12 oefeningen)
To vs Too (To en Too)Kies "to" of "too" en typ het juiste antwoord inB2 (21 oefeningen)
Very (Overgebruik van Very)Vervang de term met "very" door een betere zonder "very"B2+ (147 oefeningen)

 

Terug naar het Hoofdmenu