Sommige onderdelen horen op een lager niveau dan waar je mogelijk al zit bekend te zijn (b.v. onregelmatige werkwoorden). Oefen dus gerust op lagere niveaus met onderwerpen waar je moeite mee hebt.
Als een oefening voor jouw niveau niet beschikbaar is, oefen dan op het dichtst bijzijnde lagere niveau (b.v. B1 i.p.v. B1+).
Kies uit de beschikbare onderwerpen:

 

ONDERWERPMANIER VAN OEFENENBESCHIKBAAR VANAF NIVEAUTHEORIE
-ed vs -ing (-ed en -ing)Kies de juiste vorm, eindigend op -ed of -ingA2+ (20 oefeningen)Bekijk theorie
-ed vs -ing (-ed en -ing)Kies de juiste vorm, eindigend op -ed of -ingB1+ (85 oefeningen)Bekijk theorie
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)De juiste kiezenA1+ (39 oefeningen)Bekijk theorie
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)De juiste kiezen en makenA1+ (42 oefeningen)Bekijk theorie
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)Geef aan over welk woord het bijvoeglijk naamwoord of bijwoord iets zegtA1+ (33 oefeningen)Bekijk theorie
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)Zet het bijwoord de juiste plek in de zinA1+ (22 oefeningen)Bekijk theorie
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)De juiste kiezenB1 (54 oefeningen)Bekijk theorie
Adjectives and Adverbs (Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden)De juiste kiezen en makenB1 (67 oefeningen)Bekijk theorie
Animals (Dieren)Typ de naam voor een mannelijk, vrouwelijk of jong dierA2+ (233 oefeningen)Bekijk theorie
Articles (Lidwoorden)Kies het juiste lidwoord (a/an)A1 (73 oefeningen)Bekijk theorie
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul het juiste hulpwerkwoord in, gebaseerd op het Nederlandse woord in de opdrachtA1+ (13 oefeningen)Bekijk theorie
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul het juiste hulpwerkwoord in, gebaseerd op het Nederlandse woord in de opdrachtA2 (18 oefeningen)Bekijk theorie
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul de juiste vorm van de hulpwerkwoorden kunnen/mogen/moeten uitA2+ (14 oefeningen)Bekijk theorie
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul het juiste hulpwerkwoord in, gebaseerd op het Nederlandse woord in de opdrachtB1 (24 oefeningen)Bekijk theorie
Auxiliaries (Hulpwerkwoorden)Vul het juiste hulpwerkwoord in, gebaseerd op het Nederlandse woord in de opdrachtB1+ (41 oefeningen)Bekijk theorie
Capitalisation (Hoofdlettergebruik)Typ de zin met het juiste gebruik van hoofdlettersB1 (29 oefeningen)Bekijk theorie
Cardinal Numbers (Hoofdtelwoorden)Typ het Engelse getal (in letters) van het gegeven cijferA1 (36 oefeningen)Bekijk theorie
Comparisons (Trappen van Vergelijking)Vul de juiste vorm van een trap van vergelijking in, passend in de contextA1+ (30 oefeningen)Bekijk theorie
Comparisons (Trappen van Vergelijking)De vergrotende en overtreffende trap van de gegeven vorm makenA1+ (51 oefeningen)Bekijk theorie
Comparisons (Trappen van Vergelijking)Vul de juiste vorm van een trap van vergelijking in, passend in de contextA2+ (54 oefeningen)Bekijk theorie
Comparisons (Trappen van Vergelijking)De vergrotende en overtreffende trap van de gegeven vorm makenA2+ (76 oefeningen)Bekijk theorie
Comparisons (Trappen van Vergelijking)Vul de juiste vorm van een trap van vergelijking in, passend in de contextB1 (61 oefeningen)Bekijk theorie
Concurrence (Overeenstemming)Kies het juiste "ook" woord en gebruik de juiste vorm van het werkwoordB1 (40 oefeningen)Bekijk theorie
Conditional Sentences (Voorwaardelijke Zinnen)Maak de zin af met het aangegeven type voorwaardelijke bijzinA2+ (32 oefeningen)Bekijk theorie
Conditional Sentences (Voorwaardelijke Zinnen)Maak de zin af met het aangegeven type voorwaardelijke bijzinB1 (63 oefeningen)Bekijk theorie
Conditional Sentences (Voorwaardelijke Zinnen)Maak de zin af met het aangegeven type voorwaardelijke bijzinB1+ (80 oefeningen)Bekijk theorie
Confusing Words/Pitfalls (Verwarrende Woorden/Valkuilen)Kies het juiste woordA1+ (89 oefeningen)Bekijk theorie
Confusing Words/Pitfalls (Verwarrende Woorden/Valkuilen)Kies het juiste woordA2 (174 oefeningen)Bekijk theorie
Confusing Words/Pitfalls (Verwarrende Woorden/Valkuilen)Kies het juiste woordB1 (224 oefeningen)Bekijk theorie
Confusing Words/Pitfalls (Verwarrende Woorden/Valkuilen)Kies het juiste woordB1+ (266 oefeningen)Bekijk theorie
Countries and Nationalities (Landen en Nationaliteiten)Typ de naam voor iemand of iets uit een bepaald land/stadB1+ (108 oefeningen)Bekijk theorie
Days of the Week (Dagen van de Week)Geef de juiste dag van de weekA1 (18 oefeningen)Bekijk theorie
Demonstrative Pronouns (Aanwijzend Voornaamwoorden)Typ het juiste aanwijzend voornaamwoordA1+ (21 oefeningen)Bekijk theorie
ei vs ie (ei en ie)Kies de juiste spelling van het woordB1+ (40 oefeningen)Bekijk theorie
False Friends (Valse Vrienden)Vertaal het Nederlandse woord naar Engels, maar let op valse vrienden!B1 (19 oefeningen)Bekijk theorie
False Friends (Valse Vrienden)Vertaal het Engelse woord naar Nederlands, maar let op valse vrienden!B1 (19 oefeningen)Bekijk theorie
Future (Toekomende Tijd)Maak de juiste Toekomende Tijd met "Going to"A1+ (15 oefeningen)Bekijk theorie
Future (Toekomende Tijd)Vul de juiste vorm van de toekomende tijd inA2 (23 oefeningen)Bekijk theorie
Future (Toekomende Tijd)Vul de juiste vorm van de toekomende tijd inB1 (35 oefeningen)Bekijk theorie
Future (Toekomende Tijd)Benoem het woord of de woorden die de toekomst aangevenB1+ (16 oefeningen)Bekijk theorie
Future (Toekomende Tijd)Kies de juiste versieB1+ (20 oefeningen)Bekijk theorie
Future (Toekomende Tijd)Vul de juiste vorm van de toekomende tijd inB1+ (26 oefeningen)Bekijk theorie
Gerund vs Infinitive (Verbaal Substantief vs Infinitief)Maak de juiste versie van het verbaal substantiefA1+ (23 oefeningen)Bekijk theorie
Gerund vs Infinitive (Verbaal Substantief vs Infinitief)Maak de juiste versie van het verbaal substantiefB1 (45 oefeningen)Bekijk theorie
Gerund vs Infinitive (Verbaal Substantief vs Infinitief)Maak de juiste versie van het verbaal substantief of de infinitiefB1 (79 oefeningen)Bekijk theorie
Irregular Verbs (Onregelmatige Werkwoorden)De drie Engelse vormen gevenA1+ (116 oefeningen)Bekijk theorie
Irregular Verbs (Onregelmatige Werkwoorden)De missende andere tijden en Nederlandse vertaling invullenA2+ (347 oefeningen)Bekijk theorie
Negative Sentences (Ontkennende zinnen)Maak een ontkennende zin van een bevestigende zin in de onvoltooid tegenwoordige tijdA1+ (26 oefeningen)Bekijk theorie
Negative Sentences (Ontkennende zinnen)Maak een ontkennende zin van een bevestigende zin in de onvoltooid verleden tijdA1+ (20 oefeningen)Bekijk theorie
Negative Sentences (Ontkennende zinnen)Maak een ontkennende zin van een bevestigende zin in de voltooid tegenwoordige tijdA2 (22 oefeningen)Bekijk theorie
Negative Sentences (Ontkennende zinnen)Maak een ontkennende zin van een bevestigende zin in de voltooid verleden tijdB1 (23 oefeningen)Bekijk theorie
Negative Sentences with To Be (Ontkenningen met het Werkwoord Zijn)Vul de juiste ontkenning in, gebruik makend van het werkwoord "zijn"A1+ (21 oefeningen)Bekijk theorie
Of vs Off (Of en Off)Typ de juiste keuze ("of" of "off") gebaseerd op de zinB1 (35 oefeningen)Bekijk theorie
Ordinal Numbers (Rangtelwoorden)Geef het juiste rangtelwoord behorende bij het getalA2 (33 oefeningen)Bekijk theorie
Passive (Lijdende Vorm)Passive herkennenA2 (42 oefeningen)Bekijk theorie
Passive (Lijdende Vorm)Active naar PassiveB1 (49 oefeningen)Bekijk theorie
Passive (Lijdende Vorm)Passive naar ActiveB1 (25 oefeningen)Bekijk theorie
Past Continuous (Duurvorm in the Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Duurvorm in de Verleden Tijd inA2 (23 oefeningen)Bekijk theorie
Past Continuous (Duurvorm in the Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Duurvorm in de Verleden Tijd in, of "-" indien die werkwoordstijd hier niet magB1 (20 oefeningen)Bekijk theorie
Past Perfect (Voltooid Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Voltooid Verleden Tijd inB1 (13 oefeningen)Bekijk theorie
Past Simple (Onvoltooid Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Onvoltooid Verleden Tijd inA1+ (18 oefeningen)Bekijk theorie
Past Simple (Onvoltooid Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van de Onvoltooid Verleden Tijd inA2 (21 oefeningen)Bekijk theorie
Phrasal Verbs (Combinatiewerkwoorden)Typ het juiste voorzetsel bij het combinatiewerkwoordA2 (27 oefeningen)Bekijk theorie
Phrasal Verbs (Combinatiewerkwoorden)Typ het juiste voorzetsel bij het combinatiewerkwoordB1 (44 oefeningen)Bekijk theorie
Phrasal Verbs (Combinatiewerkwoorden)Typ het juiste voorzetsel bij het combinatiewerkwoordB1+ (59 oefeningen)Bekijk theorie
Plurals (Meervouden)Maak het juiste meervoud van het enkelvoudA1+ (35 oefeningen)Bekijk theorie
Plurals (Meervouden)Maak het juiste meervoud van het enkelvoudA2 (74 oefeningen)Bekijk theorie
Plurals (Meervouden)Maak het juiste meervoud van het enkelvoudB1 (82 oefeningen)Bekijk theorie
Possessive Pronouns (Bezittelijk Voornaamwoorden)Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord inA1+ (31 oefeningen)Bekijk theorie
Possessive Pronouns (Bezittelijk Voornaamwoorden)Geef op de juiste wijze bezit aanA2+ (48 oefeningen)Bekijk theorie
Possessive Pronouns (Bezittelijk Voornaamwoorden)Geef op de juiste wijze bezit aanB1 (69 oefeningen)Bekijk theorie
Prepositions (Voorzetsels)Vertaal het voorzetsel van Nederlands naar EngelsA1+ (15 oefeningen)Bekijk theorie
Prepositions (Voorzetsels)Vul het juiste voorzetsel in de zin inA1+ (9 oefeningen)Bekijk theorie
Prepositions (Voorzetsels)Typ het juiste voorzetsel van richting bij de afbeeldingB1 (14 oefeningen)Bekijk theorie
Prepositions (Voorzetsels)Vertaal het voorzetsel van Nederlands naar EngelsB1+ (10 oefeningen)Bekijk theorie
Prepositions (Voorzetsels)Vul het juiste voorzetsel in de zin inB1+ (38 oefeningen)Bekijk theorie
Present Continuous (Duurvorm in de Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van het gegeven werkwoord in, in de duurvorm in de tegenwoordige tijdA1+ (34 oefeningen)Bekijk theorie
Present Continuous (Duurvorm in de Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de duurvorm in de tegenwoordige tijd in, of "-" indien die werkwoordstijd hier niet magB1 (55 oefeningen)Bekijk theorie
Present Continuous (Duurvorm in de Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de duurvorm in de tegenwoordige tijd in, of "-" indien die werkwoordstijd hier niet magB1+ (67 oefeningen)Bekijk theorie
Present Perfect (Voltooid Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de Voltooid Tegenwoordig Tijd inA1+ (14 oefeningen)Bekijk theorie
Present Perfect (Voltooid Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de Voltooid Tegenwoordige Tijd in, of "-" indien die werkwoordstijd hier niet magA2 (24 oefeningen)Bekijk theorie
Present Perfect (Voltooid Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de Voltooid Tegenwoordig Tijd inB1 (21 oefeningen)Bekijk theorie
Present Simple (Onvoltooid Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van het gegeven werkwoord in, in de onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)A1+ (42 oefeningen)Bekijk theorie
Present Simple (Onvoltooid Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van de Onvoltooid Tegenwoordige Tijd in, of "-" indien die werkwoordstijd hier niet magB1 (61 oefeningen)Bekijk theorie
Punctuation (Interpunctie)Typ de zin met de juiste interpunctie ("." en ",")B1+ (11 oefeningen)Bekijk theorie
Quantifiers (Woorden die Hoeveelheden Aangeven)Vul de juiste quantifier in (weinig keuze)A1+ (19 oefeningen)Bekijk theorie
Quantifiers (Woorden die Hoeveelheden Aangeven)Vul de juiste quantifier in (middelmatig veel keuze)B1 (28 oefeningen)Bekijk theorie
Quantifiers (Woorden die Hoeveelheden Aangeven)Vul de juiste quantifier in (middelmatig veel keuze)B1+ (45 oefeningen)Bekijk theorie
Quantity Nouns (Zelfstandig Naamwoorden die Hoeveelheid Aangeven)Bij welk woord kan door dit zelfstandig naamwoord een hoeveelheid worden aangegeven?B1 (82 oefeningen)Bekijk theorie
Quantity Nouns (Zelfstandig Naamwoorden die Hoeveelheid Aangeven)Welk zelfstandig naamwoord kan bij dit woord een hoeveelheid aangeven?B1 (150 oefeningen)Bekijk theorie
Question Sentences (Vraagzinnen)Maak een vraagzin van een bevestigende zin in de onvoltooid tegenwoordige tijdA1+ (26 oefeningen)Bekijk theorie
Question Sentences (Vraagzinnen)Maak een vraagzin van een bevestigende zin in de onvoltooid verleden tijdA1+ (20 oefeningen)Bekijk theorie
Question Sentences (Vraagzinnen)Maak een vraagzin van een bevestigende zin in de voltooid tegenwoordige tijdA2 (22 oefeningen)Bekijk theorie
Question Sentences (Vraagzinnen)Maak een vraagzin van een bevestigende zin in de voltooid tegenwoordige tijdB1 (22 oefeningen)Bekijk theorie
Question Sentences (Vraagzinnen)Maak een vraagzin van een bevestigende zin in de voltooid verleden tijdB1 (19 oefeningen)Bekijk theorie
Question Tags (Aangeplakte Vragen)Maak een juiste question tag horend bij de zinA2+ (12 oefeningen)Bekijk theorie
Question Tags (Aangeplakte Vragen)Maak een juiste question tag horend bij de zinB1 (47 oefeningen)Bekijk theorie
Question Words (Vragend Voornaamwoorden)Type het juiste vragend voornaamwoordA1+ (39 oefeningen)Bekijk theorie
Question Words (Vragend Voornaamwoorden)Type het juiste vragend voornaamwoordB1 (60 oefeningen)Bekijk theorie
Questions with To Be and Have Got (Vragen met Hebben en Zijn)Maak de juiste vragende zin op basis van de gegeven zinA1+ (14 oefeningen)Bekijk theorie
Reading the Clock (Klokkijken)Typ de juiste tijd in bij de klokA1 (50 oefeningen)Bekijk theorie
Reflexive Pronouns (Wederkerende Voornaamwoorden)De juiste vorm van het Wederkerend Voornaamwoord invullenB1 (62 oefeningen)Bekijk theorie
Relative Clauses (Betrekkelijke Bijzinnen)Typ *alle* betrekkelijke voornaamwoorden die kunnen (weinig keuze)A2+ (21 oefeningen)Bekijk theorie
Relative Clauses (Betrekkelijke Bijzinnen)Typ *alle* betrekkelijke voornaamwoorden die kunnen (middelmatig veel keuze)B1 (41 oefeningen)Bekijk theorie
Relative Clauses (Betrekkelijke Bijzinnen)Typ *alle* betrekkelijke voornaamwoorden die kunnen (middelmatig veel keuze)B1+ (50 oefeningen)Bekijk theorie
Reported Speech (Indirecte Rede)Direct naar IndirectB1 (24 oefeningen)Bekijk theorie
Sentence Order (Zinsvolgorde)Maak een goede Engelse zin door de gegeven woorden in juiste volgorde te zetten (zonder punt erachter!)B1 (31 oefeningen)Bekijk theorie
Sentence Order (Zinsvolgorde)Zet het woord op de juiste plek in de zinB1 (27 oefeningen)Bekijk theorie
Subject vs Object Pronouns (Persoonlijk Voornaamwoorden)De juiste invullenA1+ (10 oefeningen)Bekijk theorie
Than vs Then (Than en Then)Kies "than" of "then"B1 (31 oefeningen)Bekijk theorie
To be (Werkwoord Zijn in de Tegenwoordige en Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van het werkwoord "zijn" in (niet samentrekken)A1+ (11 oefeningen)Bekijk theorie
To be (Werkwoord Zijn in de Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van het werkwoord "zijn" in (niet samentrekken)A1+ (12 oefeningen)Bekijk theorie
To Do (Het Werkwoord Doen)Typ de juiste versie van het werkwoord "to do"A1+ (26 oefeningen)Bekijk theorie
To have (Werkwoord Hebben in de Tegenwoordige en Verleden Tijd)Vul de juiste vorm van het werkwoord "hebben" in (niet samentrekken)A1+ (12 oefeningen)Bekijk theorie
To have (Werkwoord Hebben in de Tegenwoordige Tijd)Vul de juiste vorm van het werkwoord "hebben" in (niet samentrekken)A1+ (12 oefeningen)Bekijk theorie
To vs Too (To en Too)Kies "to" of "too" en typ het juiste antwoord inB1 (13 oefeningen)Bekijk theorie

 


Terug naar het Hoofdmenu

GRAMMATICA THEORIE

Hieronder staat alle grammatica theorie van klas 1 t/m 6 Atheneum. Per onderdeel staat de theorie gerangschikt op niveau, zodat je altijd kunt zien wat je zou moeten weten.
Kies uit de beschikbare onderwerpen:

 

SUBJECT        ONDERWERP
Months of the Year        Maanden van het Jaar
Conditional Sentences        Voorwaardelijke Zinnen
Gerund vs Infinitive        Verbaal Substantief vs Infinitief
Concurrence        Overeenstemming
Reading the Clock        Klokkijken
Present Continuous        Duurvorm in de Tegenwoordige Tijd
Present Simple        Onvoltooid Tegenwoordige Tijd
Present Perfect        Voltooid Tegenwoordige Tijd
Present Perfect Continuous        Duurvorm in de Voltooid Tegenwoordige Tijd
Past Simple        Onvoltooid Verleden Tijd
Past Continuous        Duurvorm in the Verleden Tijd
Past Perfect Continuous        Duurvorm in de Voltooid Verleden Tijd
Past Perfect        Voltooid Verleden Tijd
Question Words        Vragend Voornaamwoorden
Countries and Nationalities        Landen en Nationaliteiten
Suffixes        Achtervoegsels
Apostrophe        Apostrof
Nouns of Assemblage        Verzamelwoorden
Causatives        Causatieven
Of vs Off        Of en Off
Phrasal Verbs        Combinatiewerkwoorden
Prepositions        Voorzetsels
Sentence Order        Zinsvolgorde
C vs S        C en S
-ed vs -ing        -ed en -ing
There vs There Are        Er en Er Zijn
Imperative        Gebiedende Wijs
Than vs Then        Than en Then
To vs Too        To en Too
Intensifiers        Versterkers
Confusing Words/Pitfalls        Verwarrende Woorden/Valkuilen
Conjunctions        Voegwoorden
Used To        Vroeger, maar Nu niet Meer
Passive        Lijdende Vorm
Reported Speech        Indirecte Rede
Adjectives and Adverbs        Bijvoeglijk Naamwoorden en Bijwoorden
Irregular Verbs        Onregelmatige Werkwoorden
Articles        Lidwoorden
Question Tags        Aangeplakte Vragen
Comparisons        Trappen van Vergelijking
Subject vs Object Pronouns        Persoonlijk Voornaamwoorden
Present Simple, Past Simple, Present Perfect        OTT,OVT,VTT
Negative Sentences        Ontkennende zinnen
Question Sentences        Vraagzinnen
Future        Toekomende Tijd
Auxiliaries        Hulpwerkwoorden
Quantifiers        Woorden die Hoeveelheden Aangeven
To have        Werkwoord Hebben in de Tegenwoordige Tijd
To be        Werkwoord Zijn in de Tegenwoordige Tijd
To have        Werkwoord Hebben in de Tegenwoordige en Verleden Tijd
To be        Werkwoord Zijn in de Tegenwoordige en Verleden Tijd
Possessive Pronouns        Bezittelijk Voornaamwoorden
Negative Sentences with To Be        Ontkenningen met het Werkwoord Zijn
Ordinal Numbers        Rangtelwoorden
Relative Clauses        Betrekkelijke Bijzinnen
Days of the Week        Dagen van de Week
Plurals        Meervouden
Questions with To Be and Have Got        Vragen met Hebben en Zijn
Cardinal Numbers        Hoofdtelwoorden
Demonstrative Pronouns        Aanwijzend Voornaamwoorden
Capitalisation        Hoofdlettergebruik
False Friends        Valse Vrienden
Have Done        Laten Doen
Quantity Nouns        Zelfstandig Naamwoorden die Hoeveelheid Aangeven
People and You        Men
Prefixes        Voorvoegsels
Reflexive Pronouns        Wederkerende Voornaamwoorden
ei vs ie        ei en ie
Indirect Questions        Indirecte Vragen
Ellipsis        Weglating
Inversion        Inversie
Participle Clauses        Bijzinnen met Deelwoorden
Concord        Congruentie
Subjunctive        Aanvoegende Wijs
Proverbs        Gezegden
Punctuation        Interpunctie
Animals        Dieren
Very        Overgebruik van Very
To Do        Het Werkwoord Doen
* (nog) geen oefeningen, alleen theorie

 

Terug naar het Hoofdmenu